ECLI:NL:CRVB:2009:BG9709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- M.C.M. van Laar
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit ondanks slaapstoornis
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de weigering van het UWV om hem een WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij met arbeid meer dan 65% van het maatmaninkomen kan verdienen. Hij stelde dat zijn slaapstoornis en concentratieproblemen beperkingen opleveren die onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep voerde appellant aan dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met zijn slaapstoornis, waardoor avondwerk onmogelijk is en een urenbeperking noodzakelijk zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen adequaat zijn uitgevoerd. Er is geen medische onderbouwing dat de slaapstoornis avondwerk onmogelijk maakt of dat een urenbeperking noodzakelijk is. Ook de geschiktheid van de functies is voldoende gemotiveerd, waarbij autorijden en het gebruik van een soldeerbout geen belemmering vormen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant met arbeid meer dan 65% van het maatmaninkomen kan verdienen.