ECLI:NL:CRVB:2009:BG9934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.M. van Male
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks betwiste maatgevende arbeidsomvang
Betrokkene, die wegens psychische klachten haar bedrijf niet kon voortzetten, vroeg een WAZ-uitkering aan. Het UWV weigerde deze omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% werd vastgesteld, mede omdat betrokkene geschikt werd geacht voor diverse loondienstfuncties. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de maatgevende arbeidsomvang volgens betrokkene lager was dan de door het UWV aangenomen 40 uur per week, en stelde deze op 30 uur.
In hoger beroep handhaafde het UWV de 40-urige maatgevende omvang, maar erkende dat ook bij 30 uur de arbeidsongeschiktheid onder de 25% bleef, waarna het hoger beroep werd ingetrokken wegens gebrek aan belang. Betrokkene voerde aan dat zij slechts 20 uur per week werkte en dat de functies te belastend waren, mede door cognitieve beperkingen en medicijngebruik.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Betrokkene kon geen objectieve gegevens overleggen die haar lagere arbeidsomvang bewezen. De functies overschreden haar belastbaarheid niet. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en oordeelde dat de weigering van de WAZ-uitkering terecht was, hoewel het besluit op grond van procedurele fouten vernietigd werd en de rechtsgevolgen in stand bleven.
Uitkomst: De weigering van de WAZ-uitkering wordt bevestigd ondanks procedurele vernietiging van het besluit.