ECLI:NL:CRVB:2009:BH0050

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-4678 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening uitspraak WAO door Centrale Raad van Beroep

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van de uitspraak van 6 juli 2007 inzake zijn WAO-aanspraken. Het verzoek berustte op vermeende evidente onjuistheid, foutieve uitleg van jurisprudentie en nieuwe feiten en omstandigheden.

De Raad heeft het aanvullend verzoekschrift en een rapportage van Instituut Psychosofia van 18 september 2007 bestudeerd. Uit deze stukken bleek geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid zoals bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Raad benadrukte dat een hernieuwde discussie over de zaak en de juistheid van de eerdere uitspraak niet mogelijk is zonder nieuwe feiten of omstandigheden. Ook toepassing van artikel 8:75 Awb Pro werd uitgesloten. Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen.

De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 januari 2009, in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WAO-uitspraak is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

07/4678 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Naam verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 juli 2007 (05/3403 WAO),
in het geding in hoger beroep tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 14 januari 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 6 juli 2007 (05/3403 WAO).
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 december 2008. Voor verzoeker is verschenen mr. De Jonge. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H. van Wijngaarden.
II. OVERWEGINGEN
1. Verzoeker heeft verzocht om “herziening op grond van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie en op grond van nieuwe feiten en omstandigheden”. Verzoeker is van mening dat zijn aanspraken bij de bestreden uitspraak niet naar behoren zijn erkend. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in het aanvullend verzoekschrift van 11 oktober 2007 en de daarbij overgelegde rapportage van Instituut Psychosofia van 18 september 2007.
2.1. De Raad overweegt dat de door de gemachtigde van verzoeker gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.2. De Raad acht echter noch in het aanvullend verzoekschrift, noch in de rapportage van Instituut Psychosofia van 18 september 2007 enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb gelegen. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en M.S.E. Wulffraat-van Dijk en C.P.J. Goorden als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2009.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) A.L. de Gier.
GdJ