ECLI:NL:CRVB:2009:BH0082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering en terugverwijzing voor nieuw besluit
Appellante was aanvankelijk arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering. Na hervatting van werkzaamheden bij de rechtbank Breda en een terugbrengen van haar werktijd, werd haar WAO-uitkering ingetrokken. Later ontstonden nieuwe klachten aan haar rechterschouder en arm, waarop zij gedeeltelijk ziek werd gemeld en een verzoek tot herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid indiende.
Het UWV weigerde een nieuwe WAO-uitkering toe te kennen, wat leidde tot bezwaar en beroep. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde de Raad vast dat het UWV het eerdere standpunt niet langer handhaafde en dat het bestreden besluit op een onjuiste grondslag berustte. Het nieuwe besluit van het UWV werd niet als een herzieningsbesluit in de zin van artikel 6:18 Awb Pro beschouwd, maar als een nieuw primair besluit.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Daarbij gaf de Raad aan dat mogelijk een nieuwe wachttijd per 2 maart 2002 is aangevangen en dat nader onderzoek nodig is naar de belasting in de functie van adjunct parketsecretaris, mede gezien het niet-functioneren van het spraakherkenningsprogramma dat tot overbelasting leidde.
Tot slot veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellante voor zowel eerste aanleg als hoger beroep, en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.