ECLI:NL:CRVB:2009:BH0277

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-6720 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak rechtbank over proceskostenveroordeling in AOW-zaak

In deze bestuursrechtelijke procedure stond het hoger beroep van de erven van een betrokkene tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam centraal. De rechtbank had het verzoek van appellant om een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75a Awb afgewezen, omdat het bestreden besluit niet was ingetrokken of gewijzigd, ondanks dat verweerder aan de bezwaren van eiser tegemoet was gekomen.

Het hoger beroep werd ingesteld door de gemachtigde van appellant, maar appellant zelf was niet verschenen bij de zitting. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel en de motivering van de rechtbank volledig. Er werden geen nieuwe grieven aangevoerd die aanleiding gaven tot heroverweging.

De Raad overwoog dat het beroep niet kon slagen en bevestigde de aangevallen uitspraak. Tevens zag de Raad geen reden om een proceskostenveroordeling toe te kennen. De procedure werd daarmee afgesloten met bevestiging van de eerdere beslissing zonder toekenning van proceskosten.

De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 januari 2009, waarbij de voorzitter en twee leden het vonnis ondertekenden.

Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd zonder toekenning van proceskosten.

Uitspraak

07/6720 AOW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
de erven of rechtverkrijgenden van [naam betrokkene], wonende te Spanje (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 oktober 2007, 07/1472 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 8 januari 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft W. Leufkens, wonende te Heerlen, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 17 september 2008 heeft de gemachtigde van appellant het standpunt nader toegelicht.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 november 2008. Appellant is daarbij, met kennisgeving, niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. A. Slovacek.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het verzoek van appellant om op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een proceskostenveroordeling aan hem toe te kennen afgewezen. Daartoe heeft de rechtbank het volgende overwogen, waarbij appellant als eiser en de Svb als verweerder is aangeduid:
“Verweerder is met het bestreden besluit volledig aan de bezwaren van eiser tegemoetgekomen. De rechtbank stelt vast dat verweerder het bestreden besluit niet heeft ingetrokken of gewijzigd. Gelet hierop kan niet worden gesteld dat verweerder aan het beroep van eiser is tegemoetgekomen en moet het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten worden afgewezen. (…) Gelet op het voorgaande komt de rechtbank niet toe aan de vraag of de gemachtigde van eiser als een derde professionele rechtsbijstandverlener, al dan niet op basis van freelance, kan worden aangemerkt.”
2.1. De Raad kan zich geheel verenigen met dit oordeel van de rechtbank en onderschrijft de gronden waarop de rechtbank haar uitspraak heeft gebaseerd. Namens appellant zijn overigens in hoger beroep geen grieven aangevoerd tegen de hiervoor weergegeven motivering van de rechtbank. Ook de Raad komt derhalve niet toe aan de bespreking van de namens appellant in hoger beroep wederom aangevoerde stelling dat sprake is geweest van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
2.2. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
3. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries als voorzitter en M.M. van der Kade en H.J. Simon als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van N.L.E.M. Bynoe als griffier, uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2009.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) N.L.E.M. Bynoe.
RB