ECLI:NL:CRVB:2009:BH0277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over proceskostenveroordeling in AOW-zaak
In deze bestuursrechtelijke procedure stond het hoger beroep van de erven van een betrokkene tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam centraal. De rechtbank had het verzoek van appellant om een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75a Awb afgewezen, omdat het bestreden besluit niet was ingetrokken of gewijzigd, ondanks dat verweerder aan de bezwaren van eiser tegemoet was gekomen.
Het hoger beroep werd ingesteld door de gemachtigde van appellant, maar appellant zelf was niet verschenen bij de zitting. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel en de motivering van de rechtbank volledig. Er werden geen nieuwe grieven aangevoerd die aanleiding gaven tot heroverweging.
De Raad overwoog dat het beroep niet kon slagen en bevestigde de aangevallen uitspraak. Tevens zag de Raad geen reden om een proceskostenveroordeling toe te kennen. De procedure werd daarmee afgesloten met bevestiging van de eerdere beslissing zonder toekenning van proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 januari 2009, waarbij de voorzitter en twee leden het vonnis ondertekenden.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd zonder toekenning van proceskosten.