ECLI:NL:CRVB:2009:BH0286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding kinderbijslag
Appellant stelde bezwaar in tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin de kinderbijslag werd stopgezet vanaf het tweede kwartaal van 2006 omdat zijn kinderen 18 jaar werden. Het bezwaar werd echter ingediend na de wettelijke termijn van zes weken, namelijk op 12 mei 2006, terwijl de termijn eindigde op 24 april 2006.
De rechtbank had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en deze uitspraak werd aangevochten in hoger beroep. Appellant voerde aan dat hij door ziekte en de analfabetische staat van zijn echtgenote niet eerder bezwaar kon maken. De Raad overwoog dat de termijn voor bezwaar zes weken bedraagt en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, ondanks het ziekenhuisverblijf van appellant.
De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij zijn belangen niet kon behartigen binnen de termijn. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot stopzetting van kinderbijslag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare redenen.