ECLI:NL:CRVB:2009:BH0286

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-1633 AKW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding kinderbijslag

Appellant stelde bezwaar in tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin de kinderbijslag werd stopgezet vanaf het tweede kwartaal van 2006 omdat zijn kinderen 18 jaar werden. Het bezwaar werd echter ingediend na de wettelijke termijn van zes weken, namelijk op 12 mei 2006, terwijl de termijn eindigde op 24 april 2006.

De rechtbank had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en deze uitspraak werd aangevochten in hoger beroep. Appellant voerde aan dat hij door ziekte en de analfabetische staat van zijn echtgenote niet eerder bezwaar kon maken. De Raad overwoog dat de termijn voor bezwaar zes weken bedraagt en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, ondanks het ziekenhuisverblijf van appellant.

De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij zijn belangen niet kon behartigen binnen de termijn. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot stopzetting van kinderbijslag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare redenen.

Uitspraak

08/1633 AKW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Naam appellant], wonende te [woonplaats], Turkije (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 januari 2008, 06/5887 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellant
en
Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 8 januari 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Namens appellant is bij brief van 13 oktober 2008 nog een nader stuk in geding gebracht.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 november 2008. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. Verbeek.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 13 maart 2006 is aan appellant medegedeeld dat hij met ingang van het tweede kwartaal van 2006 geen recht meer heeft op kinderbijslag voor zijn kinderen [F.] en [Y], omdat zij op 18 maart 2006 de leeftijd van 18 jaar zullen bereiken.
Bij brief van 12 mei 2006 heeft appellant hiertegen bezwaar ingesteld. Desgevraagd heeft appellant de Svb laten weten niet eerder bezwaar te hebben kunnen instellen wegens verblijf in het ziekenhuis. Er was niemand in zijn omgeving die zijn zaken kon behartigen en het inschakelen van een advocaat was te duur.
1.2. In het besluit op bezwaar van 26 oktober 2006 (hierna: bestreden besluit) heeft de Svb appellant in zijn bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Er waren door appellant geen redenen aangevoerd die de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar konden laten zijn.
2. De rechtbank heeft zich kunnen verenigen met de inhoud van het bestreden besluit.
3. In hoger beroep heeft appellant in hoofdzaak aangevoerd dat hij wegens ziekte van hemzelf en de gevolgen daarvan voor zijn gezin, alsmede het feit dat zijn echtgenote analfabeet is, niet eerder bezwaar heeft kunnen instellen.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. Ingevolge artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een bezwaarschrift tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Nu het primaire besluit is verzonden op 13 maart 2006, was de uiterste datum van indienen van het bezwaarschrift 24 april 2006. Het bezwaarschrift is ingediend bij brief van 12 mei 2006. Hiermee staat vast dat de bezwaartermijn is overschreden.
4.2. Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of er aanleiding bestaat om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Ingevolge artikel 6:11 van Pro de Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar op grond van termijnoverschrijding achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaarschrift in verzuim is geweest. In hetgeen appellant daartoe heeft aangevoerd ziet de Raad geen aanleiding om in het onderhavige geval de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Uit de in geding gebrachte stukken blijkt dat appellant van
4 april 2006 tot 5 mei 2006 in het ziekenhuis was opgenomen. Uit deze stukken blijkt evenwel niet dat appellant vanaf 4 april 2006 tot het einde van de bezwaarperiode niet in staat was zijn belangen naar behoren te (laten) behartigen.
5. De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.
6. Voor een veroordeling tot vergoeding van proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade. De beslissing is, in tegenwoordigheid van N.L.E.M. Bynoe als griffier, uitgesproken in het openbaar 8 januari 2009.
(get.) M.M. van der Kade.
(get.) N.L.E.M. Bynoe.
RB