ECLI:NL:CRVB:2009:BH0302
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Herziening kortingsinkomen bij buitengewoon pensioen door saldering rentebaten en rentelasten
Appellant, een pensioengerechtigde op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, betwistte de wijze waarop het kortingsinkomen over 2006 was vastgesteld door de Pensioen- en Uitkeringsraad. Het geschil betrof de vraag of de rente die appellant betaalde over leningen aan zijn kinderen, vastgelegd in een schuldigerkenning, in mindering gebracht moest worden op zijn rentebaten bij de berekening van het kortingsinkomen.
De Raad stelde vast dat het kortingsinkomen volgens het KB van 9 augustus 1948 bestaat uit het totaal van het inkomen uit werk en woning en de feitelijke inkomsten uit sparen en beleggen. De Raad onderschreef het standpunt van appellant dat de betaalde rente over de schuldigerkenning in mindering moet worden gebracht op de rentebaten, omdat dit fiscaal als schuld wordt erkend en daadwerkelijk is betaald.
De Raad baseerde dit oordeel mede op de nota van toelichting bij het KB, waaruit blijkt dat alleen de feitelijke inkomsten worden meegenomen bij het kortingsinkomen en niet het forfaitaire rendementspercentage uit de Wet IB 2001. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd en de verweerster werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd met de verplichting tot een nieuw besluit waarin rentebaten en rentelasten worden gesaldeerd.