ECLI:NL:CRVB:2009:BH0313
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek toeslag burgeroorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs calamiteit
Appellant, geboren in 1935 te Batavia, diende in 2002 een aanvraag in voor een toeslag als burgeroorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940-1945. Deze aanvraag werd in 2003 afgewezen omdat de door appellant gestelde calamiteiten niet werden bevestigd door onafhankelijke gegevens. In 2005 verzocht appellant om herziening van dit besluit en overhandigde een getuigenverklaring van een volle neef die melding maakte van een gewelddadige huiszoeking waarbij appellant's arm uit de kom werd getrokken.
Verweerster handhaafde het eerdere besluit in 2006, stellende dat de verklaringen niet consistent waren en geen nieuwe relevante feiten waren aangevoerd. Appellant voerde aan dat de getuigenverklaringen wel consistent waren en dat de jeugdige leeftijd van de getuige destijds de onduidelijkheden verklaarde. Tijdens de zitting in 2008 bevestigde de getuige de gebeurtenissen opnieuw.
De Raad oordeelde echter dat ondanks de aanvullende verklaringen de aard van het voorval onvoldoende duidelijk bleef en dat het sociale rapport geen melding maakte van de huiszoeking met excessief geweld. Hierdoor bleef twijfel bestaan over de toedracht en was onvoldoende overtuigend bewijs geleverd dat sprake was van een calamiteit in de zin van de Wet.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om herziening af. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Het besluit van verweerster om de aanvraag niet te herzien kan met terughoudendheid worden getoetst en blijft in stand omdat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd die aanleiding geven tot herziening.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het herzieningsverzoek afgewezen wegens onvoldoende bewijs van calamiteit.