ECLI:NL:CRVB:2009:BH0315
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen weigering periodieke uitkering vervolgingsslachtoffer 1940-1945
Appellant, geboren in 1933 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Verweerster wees dit verzoek af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij tijdens de Japanse bezetting vrijheidsberoving had ondergaan. De wel aangetoonde internering vond plaats tijdens de naoorlogse Bersiapperiode, welke buiten de werking van de Wet valt.
In beroep voerde appellant aan dat verweerster onvoldoende rekening had gehouden met de chaotische situatie in Nederlands-Indië en dat hij wel de Nederlandse nationaliteit had tijdens de oorlogsjaren. De Raad onderzocht de feiten, waaronder archiefonderzoek en verklaringen van familieleden, en kon niet vaststellen dat appellant tijdens de Japanse bezetting geïnterneerd was.
De Raad concludeerde dat appellant niet voldeed aan de in artikel 2 van Pro de Wet gestelde eis van vrijheidsberoving en dat de nationaliteitseis uit artikel 3 daarom Pro niet meer hoefde te worden besproken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de periodieke uitkering wordt ongegrond verklaard.