ECLI:NL:CRVB:2009:BH0318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-uitkering wegens andere oorzaak arbeidsongeschiktheid
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard wegens rugklachten (hernia L4-L5 rechts), verzocht om verhoging van zijn WAO-uitkering met ingang van 1 juli 2005. Het UWV wees dit verzoek af op grond van medisch onderzoek waaruit bleek dat de verslechtering van zijn arbeidsvermogen niet voortkwam uit dezelfde oorzaak als de oorspronkelijke rugklachten, maar uit schouder-, knie-, nekklachten, depressieve klachten en gehoorverlies.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanleiding was tot twijfel aan de conclusies van de verzekeringsartsen. Appellant stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd, mede vanwege het ontbreken van een onafhankelijk gerechtelijk medisch onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen aanwijzingen waren dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de Raad geen reden zag om zelf een medisch deskundige te benoemen. De Raad bevestigde dat de toename van de beperkingen niet voortkwam uit dezelfde ziekteoorzaak als de oorspronkelijke rugklachten en dat het beroep van appellant daarom niet slaagt.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen. De beslissing is genomen door rechter T. Hoogenboom en uitgesproken op 7 januari 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering te verhogen omdat de toename van arbeidsongeschiktheid een andere oorzaak heeft dan de oorspronkelijke rugklachten.