ECLI:NL:CRVB:2009:BH0338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Anw-uitkering en herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving vanaf 1996 een Anw-uitkering en vanaf 2004 een AOW-pensioen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde na onderzoek vast dat appellante vanaf januari 2002 een gezamenlijke huishouding voerde met haar partner, waarop zij de Anw-uitkering introk en het AOW-pensioen herzag.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde deze ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad concludeerde dat de onderzoeksbevindingen van de Svb toereikend waren en dat er geen dringende redenen waren om af te zien van intrekking en herziening.
Verder oordeelde de Raad dat de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen terecht was, waarbij appellante haar vermogen moet aanwenden voor betaling. Het feit dat appellante geen lening kan krijgen om het bedrag in één keer te voldoen, doet hieraan niet af. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de Anw-uitkering en herziening van het AOW-pensioen en wijst het hoger beroep af.