ECLI:NL:CRVB:2009:BH0346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding ondanks tijdelijk ziekenhuisverblijf
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder sinds 27 augustus 2003. Na een onderzoek kwam naar voren dat zij vanaf 13 mei 2005 samenwoonde met haar partner, ondanks haar tijdelijk verblijf in ziekenhuis en revalidatiecentrum. De Sociale Recherche stelde vast dat de partner het huishouden draaide en de kinderen verzorgde.
Het College van burgemeester en wethouders van Almelo trok de bijstand in en vorderde de ten onrechte ontvangen bedragen terug. De rechtbank vernietigde het besluit gedeeltelijk, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het terugvorderingsbesluit als één geheel moet worden beschouwd en vernietigde de gedeeltelijke vernietiging.
De Raad bevestigde dat het tijdelijke verblijf van appellante in het ziekenhuis geen wijziging van het hoofdverblijf betekende. Appellante had haar inlichtingenplicht geschonden door de gezamenlijke huishouding niet te melden, waardoor intrekking en terugvordering terecht waren. De Raad bepaalde dat € 11.227,54 teruggevorderd moet worden over de periode 13 mei 2005 tot en met 31 januari 2006.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 januari 2009. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit van 7 juni 2006 vernietigd voor zover het de terugvordering betrof. De gemeente Almelo werd tevens verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De terugvordering van € 11.227,54 bijstand over de periode 13 mei 2005 tot en met 31 januari 2006 wordt bevestigd.