ECLI:NL:CRVB:2009:BH0375

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-244 WSF V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 lid 5 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verzet wegens overschrijding termijn griffierecht

Appellante heeft verzet ingesteld tegen een uitspraak van de Raad, omdat het verschuldigde griffierecht niet tijdig was voldaan. De Raad stelde vast dat het verzetschrift na de wettelijke termijn van vier weken was ingediend, namelijk op 1 augustus 2008 terwijl de termijn eindigde op 31 juli 2008.

Appellante voerde aan dat een medewerker van de Raad een andere termijn had genoemd, maar de Raad achtte dit niet aannemelijk en benadrukte dat van een professionele rechtsbijstandverlener mag worden verlangd dat deze zelf de termijn vaststelt. Fouten van de gemachtigde worden in beginsel toegerekend aan de cliënt.

Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet niet-ontvankelijk. Er werd geen veroordeling in de proceskosten opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons op 6 januari 2009.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.

Uitspraak

08/244 WSF V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Naam appellante], woonachtig te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 29 november 2007, 07/137 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IBG)
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 6 juni 2008 heeft de Raad het namens appellante door
mr. H.H. Gerdes, advocaat te destijds Groningen en thans Tynaarlo, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 6 juni 2008 is door mr. S.C. Polkerman namens appellante verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2008. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Gerdes. De IBG is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van der Raad van 6 juni 2008 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) appellante niet in verzuim is geweest.
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
De uitspraak van de Raad van 6 juni 2008 is op 19 juni 2008 bij aangetekende brief aan de gemachtigde van appellante verzonden, zodat de termijn voor het indienen van een verzetschrift aanving op 20 juni 2008 en eindigde op 31 juli 2008. Het verzetschrift is bij faxbericht van 1 augustus 2008 ingediend. Dit betekent dat de termijn is overschreden, hetgeen de gemachtigde van appellante ter zitting ook heeft erkend.
In verzet is aangevoerd dat door een medewerker van de Raad aan mr. Gerdes zou zijn medegedeeld dat de termijn voor het indienen van een verzetschrift “verliep” op 3 augustus 2008. Nog daargelaten dat de Raad dit niet aannemelijk acht, mag van een - deskundige - professionele rechtsbijstandverlener worden verlangd dat deze zelf vaststelt wanneer een dergelijke termijn begint en wanneer deze eindigt.
Ter voorlichting van appellante merkt de Raad nog op dat volgens vaste rechtspraak fouten of nalatigheden van een gemachtigde in beginsel worden toegerekend aan degene die de gemachtigde heeft gevraagd zijn of haar belangen te behartigen.
Het voorgaande betekent dat het verzet niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van B.C. Rog als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) B.C. Rog.
TM