ECLI:NL:CRVB:2009:BH0378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, laatstelijk werkzaam als magazijnmedewerkster, kreeg met ingang van 20 november 2000 een WAO-uitkering toegekend vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Bij besluit van 18 november 2005 werd haar uitkering ingetrokken, en dit besluit werd op 24 april 2006 bevestigd door het Uwv. De rechtbank Roermond vernietigde dit besluit deels, omdat het Uwv pas in hoger beroep voldoende had toegelicht dat appellante de functies medisch gezien kon uitoefenen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische voorbereiding onvoldoende was en dat haar beperkingen, met name knie-, arm- en oogklachten, waren onderschat. De Raad oordeelde dat het Uwv een zorgvuldige medische voorbereiding had getroffen, waarbij de bezwaarverzekeringsarts zich baseerde op diverse medische rapportages en eigen waarnemingen. Er waren geen objectieve medische aanwijzingen dat de beperkingen waren onderschat, noch dat een urenbeperking medisch geïndiceerd was.
De Raad stelde vast dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd binnen de vastgestelde functionele mogelijkhedenlijst vielen en dat appellante in staat werd geacht deze werkzaamheden te verrichten. Ook eventuele beperkingen bij langdurig beeldschermwerk en lezen leidden niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd. Het betaalde griffierecht werd aan appellante vergoed.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens voldoende zorgvuldige medische voorbereiding en geen onderschatting van beperkingen.