ECLI:NL:CRVB:2009:BH0487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en vergoeding proceskosten door UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV waarbij zijn WAO-uitkering deels werd herzien. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het UWV wijzigde later het besluit en handhaafde de uitkering op 80% arbeidsongeschiktheid.
De Raad oordeelde dat met deze gewijzigde beslissing het beroep van appellant grotendeels was ingewilligd, maar dat appellant toch belang behield bij een oordeel over zijn verzoek om schadevergoeding. De Raad besloot het verzoek om schadevergoeding toe te wijzen op grond van artikel 8:73 Awb Pro en verwees naar eerdere jurisprudentie voor de berekening van de wettelijke rente.
Ten aanzien van de proceskosten wees de Raad het verzoek van appellant af om een hoger bedrag dan het door het UWV aangeboden bedrag van €856,85 toe te kennen, omdat vergoeding volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht dient plaats te vinden. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van dit bedrag aan appellant.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep van appellant tegen het besluit van 17 februari 2006 werd gegrond verklaard en het UWV werd veroordeeld tot schadevergoeding en betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard, het besluit van het UWV vernietigd, en het UWV veroordeeld tot schadevergoeding en betaling van proceskosten tot €856,85.