ECLI:NL:CRVB:2009:BH0487

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-5720 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:73 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening WAO-uitkering en vergoeding proceskosten door UWV

Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV waarbij zijn WAO-uitkering deels werd herzien. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het UWV wijzigde later het besluit en handhaafde de uitkering op 80% arbeidsongeschiktheid.

De Raad oordeelde dat met deze gewijzigde beslissing het beroep van appellant grotendeels was ingewilligd, maar dat appellant toch belang behield bij een oordeel over zijn verzoek om schadevergoeding. De Raad besloot het verzoek om schadevergoeding toe te wijzen op grond van artikel 8:73 Awb Pro en verwees naar eerdere jurisprudentie voor de berekening van de wettelijke rente.

Ten aanzien van de proceskosten wees de Raad het verzoek van appellant af om een hoger bedrag dan het door het UWV aangeboden bedrag van €856,85 toe te kennen, omdat vergoeding volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht dient plaats te vinden. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van dit bedrag aan appellant.

De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep van appellant tegen het besluit van 17 februari 2006 werd gegrond verklaard en het UWV werd veroordeeld tot schadevergoeding en betaling van proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard, het besluit van het UWV vernietigd, en het UWV veroordeeld tot schadevergoeding en betaling van proceskosten tot €856,85.

Uitspraak

06/5720 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Naam appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle van 28 augustus 2006, 06/604 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 9 januari 2009.
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juni 2008. Appellant is verschenen, vergezeld door zijn zuster,
[naam zuster]. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door H. van Leeuwen.
Bij brief van 11 juni 2008 heeft het Uwv de Raad een nieuwe beslissing, gedateerd 11 juni 2008, toegezonden.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat verder onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
1.De rechtbank heeft op grond van de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen het beroep van appellant gericht tegen het besluit van 17 februari 2006 - waarbij het Uwv, beslissend op bezwaar, de WAO-uitkering van appellant over de periode van 16 augustus 2005 tot 24 februari 2006 ongewijzigd heeft voortgezet naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer en per 24 februari 2006 heeft herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80% - ongegrond verklaard.
2. Bij besluit van 11 juni 2006 heeft het Uwv - onder mededeling dat het besluit van 17 februari 2006 niet wordt gehandhaafd - de uitkering van appellant ook per 24 februari 2006 naar een percentage van 80% of meer voortgezet.
3.1. Met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 11 juni 2008 is naar het oordeel van de Raad geheel tegemoetgekomen aan het beroep van appellant tegen het besluit van 17 februari 2006. Gelet op de artikelen 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt dit beroep derhalve niet mede geacht te zijn gericht tegen het bestreden besluit.
3.2. Nu door appellant een verzoek om schadevergoeding is gedaan heeft hij, ofschoon het bestreden besluit is ingetrokken en inmiddels volledig is tegemoetgekomen aan zijn beroep, belang behouden bij een oordeel van de Raad.
4. Ingevolge de jurisprudentie van de Raad dient in een geval als het onderhavige het verzoek om toepassing van
artikel 8:73 van Pro de Awb te worden toegewezen. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de aan appellant verschuldigde wettelijke rente over die na te betalen uitkering dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995, gepubliceerd in JB 1995, 314.
5.1. Ten aanzien van het verzoek om vergoeding van de proceskosten overweegt de Raad het volgende.
5.2. Het Uwv is bereid appellant een bedrag van € 856,85 aan proceskosten te betalen. Appellant wenst een hoger bedrag van het Uwv te ontvangen. Hij heeft erop gewezen dat de kosten die hij heeft gemaakt aanzienlijk hoger zijn dan voormeld bedrag. Hij acht het, nu het Uwv hem uiteindelijk in het gelijk heeft gesteld, rechtvaardig dat al zijn kosten worden vergoed.
5.3. Het betoog van appellant treft geen doel. Vergoeding van proceskosten dient plaats te vinden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Toepassing van dit besluit leidt geenszins tot een vergoeding van een hoger bedrag aan proceskosten dan door het Uwv is aangeboden. De Raad veroordeelt het Uwv mitsdien in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 856,85.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het inleidend beroep tegen het besluit van 17 februari 2006 gegrond en vernietigt dat besluit;
Veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de schade als in overweging 4 aangegeven;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 856,85 te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2009.
(get.) J. Brand.
(get.) R.L. Rijnen.
GdJ