ECLI:NL:CRVB:2009:BH0509
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens inkomen echtgenote
Appellant ontving vanaf juli 2002 AOW-pensioen met toeslag voor zijn echtgenote. In november 2005 ontving de Sociale verzekeringsbank (Svb) informatie dat de echtgenote sinds november 2004 een pensioenuitkering ontving, aangemerkt als inkomen in verband met arbeid. De Svb herzag daarop het AOW-pensioen met terugwerkende kracht en kondigde terugvordering aan.
Appellant voerde aan dat het pensioen niet als inkomen in verband met arbeid moet worden gezien, maar als een loondervingsuitkering voor een directeur-grootaandeelhouder, en dat hij niet bewust informatie had achtergehouden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant zijn mededelingsplicht had geschonden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Het pensioen van de echtgenote wordt terecht als inkomen in verband met arbeid aangemerkt en volledig op de toeslag in mindering gebracht. Het feit dat het pensioen niet feitelijk werd ontvangen doet hieraan niet af. Appellant blijft verantwoordelijk voor het verstrekken van juiste informatie, ook al had hij een accountant ingeschakeld. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een volledige terugwerkende kracht onredelijk maken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van het AOW-pensioen met terugwerkende kracht wegens het inkomen van de echtgenote.