ECLI:NL:CRVB:2009:BH0885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens medische geschiktheid voor functies
In deze zaak staat de intrekking van de WAO-uitkering van appellante centraal. Het UWV heeft de uitkering ingetrokken op grond van het oordeel dat appellante geschikt is voor bepaalde functies. De rechtbank had het besluit vernietigd vanwege onvoldoende motivering in de bezwaarfase, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
Appellante voerde hoger beroep tegen deze beslissing en stelde dat haar belastbaarheid werd onderschat, onder meer met betrekking tot hand- en vingergebruik en een urenbeperking vanwege dagbehandeling. Ook werden arbeidskundige bezwaren ingebracht over het opleidingsniveau en fysieke belastingen. De Raad concludeert echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was, waarbij ook informatie van behandelende artsen is meegewogen. De Functionele Mogelijkheden Lijst houdt voldoende rekening met de beperkingen van appellante.
De Raad oordeelt dat de functies medisch geschikt zijn en dat appellante over het juiste opleidingsniveau beschikt. De motivering van de geschiktheid werd pas in beroep gegeven, wat volgens de Raad rechtvaardigt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Verder wijst de Raad op eerdere jurisprudentie die de mogelijkheid tot instandhouding van rechtsgevolgen bevestigt. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de functies medisch geschikt zijn en het juiste opleidingsniveau aanwezig is.