ECLI:NL:CRVB:2008:BC7279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering en rechtsgevolgen bij gebrekkige motivering arbeidsongeschiktheidsbeoordeling
Betrokkene ontving sinds 3 februari 2000 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Appellant trok deze uitkering per 22 mei 2005 in, omdat de arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. Betrokkene maakte bezwaar en de rechtbank Alkmaar vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende toelichting op de geschiktheid van bepaalde functies, zonder de rechtsgevolgen in stand te laten.
Appellant stelde hoger beroep in en voerde aan dat de nadere toelichting op de functies pas tijdens de beroepsprocedure was verstrekt, maar dat deze alsnog als voldoende moest worden beoordeeld. De Centrale Raad overwoog dat de rechtbank ten onrechte de latere toelichting buiten beschouwing had gelaten en dat de systeemaanpassingen aan het CBBS na 1 juli 2005 de vernietiging zonder instandhouding van rechtsgevolgen niet langer rechtvaardigen.
De Raad stelde vast dat de nadere arbeidskundige rapportages de eerder ontbrekende motivering voldoende aanvulden, ook voor de functies parkeercontroleur en productiemedewerker industrie. De grief van betrokkene over de maatmanfunctie en het maatmaninkomen werd verworpen wegens gebrek aan concrete onderbouwing.
De Centrale Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze appellant opdroeg een nieuw besluit te nemen en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit volledig in stand blijven. Er was geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering blijven volledig in stand.