Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BH0956

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/1171 WWB-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant diende verzet in tegen deze beslissing. Tijdens de zitting waren beide partijen niet aanwezig.

De Raad overwoog dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in verzuim was geweest met de betaling van het griffierecht. Uit eerdere correspondentie bleek dat appellant de aangevraagde bijzondere bijstand had ontvangen, maar het griffierecht niet had voldaan. Het gebruik van het ontvangen bedrag voor andere doeleinden viel onder zijn eigen risico.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten van het verzet. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons en griffier B.C. Rog op 6 januari 2009.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdige betaling van griffierecht is ongegrond verklaard.

Uitspraak

08/1171 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 3 januari 2008, 07/910 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen (hierna: College)
Datum uitspraak: 6 januari 2009
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 19 augustus 2008 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 19 augustus 2008 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 25 november 2008, waar partijen - het College met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 19 augustus 2008 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij brief van 30 juni 2008 - nader - gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In hetgeen appellant in het verzetschrift naar voren heeft gebracht is in het geheel geen aanknopingspunt te vinden voor het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 19 augustus 2008 niet in stand behoort te blijven. In de - eerdere - brief van 13 juni 2008 heeft appellant uitdrukkelijk verklaard dat hij de aangevraagde bijzondere bijstand heeft ontvangen. Dat appellant dit bedrag heeft aangewend voor een of meer andere doelen dan betaling van het verschuldigde griffierecht, moet voor zijn rekening en risico blijven.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van B.C. Rog als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) B.C. Rog.
RB