ECLI:NL:CRVB:2009:BH1352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens juiste belastbaarheid en geen reformatio in peius
Appellant, sinds 1997 bekend bij het UWV wegens rugklachten, ontving een WAO-uitkering die in 2003 werd herzien naar een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Het UWV besloot later de uitkering te verlagen naar 25-35% arbeidsongeschiktheid, waarop appellant bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV niet in strijd met het verbod op reformatio in peius had gehandeld en dat de vastgestelde belastbaarheid juist was.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn pijnklachten en het failed back surgery syndrome onvoldoende waren meegewogen en dat het UWV onvoldoende toelichting had gegeven op de arbeidskundige beoordeling. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de medische en arbeidskundige rapportages voldoende rekening hielden met de klachten en beperkingen van appellant. Tevens was het verbod op reformatio in peius niet geschonden omdat appellant in de bezwaarprocedure niet onrechtvaardig werd benadeeld.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlaging van de WAO-uitkering wordt vernietigd, met behoud van rechtsgevolgen.