ECLI:NL:CRVB:2009:BH1538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen van rechtens onaantastbaar WAO-besluit
Appellant verzocht het UWV om terug te komen van een besluit uit 2000 waarbij zijn WAO-uitkering was vastgesteld op een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Dit verzoek werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond en oordeelde dat een terughoudende toetsing passend is bij verzoeken om terug te komen van een onherroepelijk besluit.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Zij benadrukt dat een bestuursorgaan bevoegd is een dergelijk verzoek inhoudelijk te behandelen, maar dat de rechterlijke toetsing beperkt moet blijven tot de vraag of er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat het oorspronkelijke besluit onjuist was en dat het UWV in redelijkheid heeft gehandeld.
De Raad wijst erop dat een rechterlijke uitspraak zelf niet als nieuw feit kan worden aangemerkt en dat de toetsing aan artikel 4:6 Awb Pro terughoudend moet zijn om de rechtszekerheid te waarborgen. Het beroep van appellant wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen van het rechtens onaantastbare WAO-besluit wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.