ECLI:NL:CRVB:2009:BH1640
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in sociale zekerheidszaak
De zaak betreft een verzetprocedure tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk werd verklaard. De aangevallen uitspraak was een uitspraak als bedoeld in artikel 8:84, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarop ingevolge artikel 18, tweede lid, aanhef en onder c, van de Beroepswet geen hoger beroep mogelijk is.
Appellant had tegen deze niet-ontvankelijkverklaring verzet ingesteld. Tijdens de zitting op 25 november 2008 was appellant aanwezig, terwijl het College van burgemeester en wethouders van Winterswijk zich niet liet vertegenwoordigen. De Raad overwoog dat het verzet geen ander oordeel kon rechtvaardigen en dat de Raad zich bij de eerdere uitspraak van 13 augustus 2008 onbevoegd had moeten verklaren, maar dit leidde niet tot gegrondverklaring van het verzet.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het verzet daarom ongegrond en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons op 6 januari 2009 in aanwezigheid van griffier B.C. Rog.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk.