ECLI:NL:CRVB:2009:BH1645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen -Grootjans
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening dagloon WW zonder provisie buiten referteperiode
Appellant stelde dat het UWV ten onrechte de in mei en juni 2007 betaalde provisie, die betrekking heeft op de referteperiode, niet had meegenomen in de berekening van het WW-dagloon. Het UWV had het dagloon vastgesteld op basis van het daadwerkelijk genoten loon in de referteperiode van 1 mei 2006 tot en met 30 april 2007, waarbij provisiebetalingen na deze periode buiten beschouwing waren gelaten.
De rechtbank Arnhem had het standpunt van het UWV gevolgd en het beroep van appellant ongegrond verklaard. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, stellende dat deze provisie loonbestanddelen zijn zoals bedoeld in artikel 2, vierde lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen.
De Centrale Raad overwoog dat het uitgangspunt voor de dagloonberekening het daadwerkelijk genoten loon in de referteperiode is, zoals bepaald in artikel 45 WW Pro en het Besluit. De provisiebetalingen na de referteperiode zijn terecht buiten beschouwing gelaten omdat niet is gebleken dat deze vorderbaar en niet-inbaar waren binnen de referteperiode. Appellant had niet aangetoond dat hij de werkgever om uitbetaling binnen de referteperiode had verzocht en dat dit verzoek was afgewezen.
Daarom kon het beroep niet slagen en werd de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de berekening van het dagloon zonder provisie na de referteperiode wordt bevestigd.