Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek van appellante om vergoeding van wettelijke rente af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als shopmanager en viel wegens ziekte uit per 17 februari 2014. Haar arbeidsovereenkomst werd beëindigd wegens bedrijfseconomische redenen. Het UWV weigerde aanvankelijk een Ziektewetuitkering toe te kennen, maar na bezwaar werd zij alsnog in aanmerking gebracht voor een uitkering met een dagloon van €164,83.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat een na het refertejaar uitbetaalde bonus van €8.185,27, die betrekking had op werkzaamheden in het refertejaar, onterecht niet was meegenomen in de dagloonberekening. Zij stelde dat zij hierdoor benadeeld werd ten opzichte van collega’s en sprak van discriminatie.
De Raad oordeelde dat het UWV conform artikel 4, eerste lid, van het Dagloonbesluit 2013 juist handelde door geen rekening te houden met de na het refertejaar betaalde bonus. De bonus was niet vorderbaar tijdens het refertejaar en de wijziging van de bonusopbouwperiode door de werkgever was niet relevant voor de dagloonberekening. Ook het beroep op discriminatie faalde omdat de situatie van appellante niet vergelijkbaar was met die van haar ex-collega’s.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Limburg en wees het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; de bonus wordt niet meegenomen in de dagloonberekening.