ECLI:NL:CRVB:2009:BH1659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inhouding salaris wegens onduidelijkheid over dienstverplichting
Appellant, een sergeant der 1e klasse werkzaam bij Defensie, kreeg een inhouding op zijn salaris opgelegd vanwege vermeende ongeoorloofde afwezigheid van 14 tot en met 25 september 2006. De commandant had hem opgedragen zijn werkzaamheden te hervatten, maar appellant bezocht op 26 september de bedrijfsarts die hem volledig arbeidsongeschikt achtte.
Appellant maakte bezwaar tegen de inhouding, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders. De Raad stelt vast dat de ziekmelding van appellant niet medisch is beoordeeld door de ARBO-dienst, terwijl dit op grond van de Regeling ziek- en hersteldmelding defensiepersoneel wel vereist is.
De Raad concludeert dat niet is vastgesteld dat appellant zich aan zijn dienstverplichting heeft onttrokken. Daarom is de inhouding op het salaris onterecht. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot inhouding van salaris wordt vernietigd omdat niet is vastgesteld dat appellant zich aan zijn dienstverplichting heeft onttrokken.