ECLI:NL:CRVB:2009:BH1814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering zonder nieuw medisch onderzoek gegrond verklaard
In deze zaak stond de herziening van de WAO-uitkering van betrokkene centraal. Bij besluit van 21 augustus 2006 werd de mate van arbeidsongeschiktheid verlaagd van 25-35% naar 15-25%. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 19 januari 2007 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep tegen dit bezwaarbesluit gegrond en vernietigde het besluit, omdat volgens haar geen adequaat verzekeringsgeneeskundig onderzoek had plaatsgevonden.
De appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde in hoger beroep dat de herziening uitsluitend op arbeidskundige gronden was gebaseerd en dat medische gegevens slechts op actualiteit waren beoordeeld. Een bezwaarverzekeringsarts had telefonisch contact gehad met betrokkene om te verifiëren of er wijzigingen in de gezondheidstoestand waren, wat betrokkene ontkende. De Raad oordeelde dat het nieuwe besluit een rechtmatige uitvloeisel was van eerdere constatering dat het maatmaninkomen te hoog was vastgesteld en dat een nieuw medisch onderzoek niet noodzakelijk was.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, omdat niet was gebleken dat de functies waarvoor betrokkene geschikt werd geacht zijn mogelijkheden te boven gingen. Hiermee werd bevestigd dat de herziening van de WAO-uitkering zonder nieuw medisch onderzoek zorgvuldig en rechtmatig was verlopen.
Uitkomst: Het beroep tegen het bezwaarbesluit van 19 januari 2007 wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering blijft in stand.