ECLI:NL:CRVB:2009:BH2055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand onrechtmatig wegens ontbreken verwijtbaarheid verzuim
Appellanten ontvingen sinds 1984 bijstand en werden in 2006 door het College van burgemeester en wethouders van Helmond geschorst en later ingetrokken wegens vermeend verzuim bij het verstrekken van gegevens over werkzaamheden op een markt in België.
Het College baseerde de intrekking op het niet tijdig aanleveren van administratie over verhuurde standplaatsen, terwijl uit verklaringen bleek dat er geen administratie werd bijgehouden. Appellanten konden redelijkerwijs niet over meer gegevens beschikken dan zij verstrekt hadden.
De Centrale Raad oordeelde dat het College niet bevoegd was de bijstand in te trekken op grond van artikel 54, vierde lid, WWB, omdat het verzuim niet verwijtbaar was. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor de uitspraak werd vernietigd.
Daarnaast werd het College veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over de periode van onterecht niet betaalde bijstand en tot vergoeding van proceskosten voor bezwaar, beroep en hoger beroep.
De Raad herroept het besluit tot intrekking en wijst het verzoek om schadevergoeding toe.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en de bijstand wordt hersteld met vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.