ECLI:NL:CRVB:2009:BH2289
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel wegens te late ziekmelding zonder verminderde verwijtbaarheid
Appellant meldde zich op 24 februari 1998 ziek vanwege rug-, buik- en psychische klachten. Na een herziening van zijn WAO-uitkering in 2002 ontving hij een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Op 26 augustus 2002 meldde appellant zich ziek, maar het UWV ontving deze ziekmelding pas op 25 september 2002, 29 dagen te laat.
Het UWV legde appellant een maatregel op door zijn uitkering met 20% te verlagen gedurende de periode van de te late ziekmelding, omdat geen sprake was van verminderde verwijtbaarheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze maatregel ongegrond, omdat appellant in strijd handelde met artikel 38a van de Ziektewet en er geen dringende redenen waren om af te zien van de maatregel.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en ziet geen reden om de overschrijding van de ziekmeldingstermijn als niet of verminderd verwijtbaar te beschouwen. Ook het feit dat het UWV pas in december 2002 een controle uitvoerde, doet hieraan niets af. De maatregel is conform de wettelijke bepalingen en het Maatregelenbesluit Tica opgelegd, en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De maatregel wegens een ziekmelding die 29 dagen te laat is gedaan wordt bevestigd zonder vermindering van verwijtbaarheid.