ECLI:NL:CRVB:2009:BH2381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende inlichtingen over financiële situatie
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), maar het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage wees de aanvraag af wegens onvoldoende verstrekte inlichtingen, met name het niet overleggen van mutatieoverzichten van de bankrekening.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld door gebrek aan verifieerbare gegevens en onvoldoende medewerking van appellant. Tevens werd beoordeeld dat geen zeer dringende redenen bestonden om toch bijstand te verlenen.
In hoger beroep voerde appellant gemotiveerd verweer, maar de Centrale Raad van Beroep stelde dat de bewijslast van bijstandbehoevendheid in beginsel bij de aanvrager ligt en dat het niet voldoen aan de inlichtingenplicht een rechtsgrond vormt voor weigering van bijstand.
De Raad oordeelde dat appellant tekort was geschoten in zijn inlichtingenplicht en dat het College terecht het recht op bijstand niet kon vaststellen. Ook wees de Raad het beroep op artikel 16 WWB Pro af, omdat dit artikel niet van toepassing is bij weigering wegens onvoldoende inlichtingen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd wegens onvoldoende verstrekte inlichtingen.