ECLI:NL:CRVB:2015:1280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende bewijs bijstandbehoevendheid
Appellante heeft bijstand aangevraagd nadat zij sinds 2008 geen reguliere inkomsten meer had en een aanzienlijke schuldenlast had opgebouwd. De gemeente Lelystad heeft een onderzoek ingesteld naar haar financiële situatie, waarbij wisselende en tegenstrijdige verklaringen werden afgelegd. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld of appellante in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde en omdat zij de inlichtingenplicht had geschonden.
De rechtbank heeft het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de beoordelingsperiode te lang was en dat zij voldoende had toegelicht hoe zij in haar levensonderhoud voorzag. Deze gronden zijn verworpen omdat zij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij daadwerkelijk in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde.
De Raad oordeelt dat de verstrekte gegevens onvoldoende zijn om vast te stellen of en in welke mate appellante bijstand behoefde. Ook is terecht geen beslissing genomen over zeer dringende redenen omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijstand van appellante wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van bijstandbehoevendheid.