ECLI:NL:CRVB:2009:BH2431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering maatman en maatmaninkomen
Appellant ontving een WAO-uitkering die in 2005 door het UWV werd ingetrokken op grond van geschiktheid voor maatgevende arbeid. In bezwaar en beroep werden verschillende rapportages van de bezwaararbeidsdeskundige overgelegd, waarin de urenomvang van de maatman en het maatmanuurloon wisselden tussen 38, 40 en 61,25 uur per week, met verschillende maatmaninkomens. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek voldoende zorgvuldig was en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelt appellant dat het UWV onvoldoende gegevens had om de maatman en het maatmanuurloon adequaat vast te stellen en dat de rekenmethode onjuist was. De Raad constateert dat het UWV in de procedure wisselende en inconsistente standpunten heeft ingenomen zonder voldoende concrete en verifieerbare gegevens. De bezwaararbeidsdeskundige hanteerde tegenstrijdige uitgangspunten, waardoor de motivering van het besluit ontoereikend is.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en oordeelt dat de WAO-uitkering onterecht is ingetrokken. De vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid moet worden gebaseerd op een urenomvang van 38 uur en een maatmaninkomen van € 18,80. Verder onderzoek is niet zinvol omdat geen aanvullende gegevens meer beschikbaar zijn. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en de uitkering wordt ongewijzigd voortgezet.