ECLI:NL:CRVB:2009:BH2441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- R. Kooper
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding ondanks eerdere onjuiste opgave
Appellanten ontvingen AOW-pensioen berekend naar de norm voor ongehuwden. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de Sociale Verzekeringsbank (Svb) een onderzoek, waaruit bleek dat appellanten vanaf november 2000 een gezamenlijke huishouding voerden. De Svb herzag daarop de pensioenen naar de gehuwdennorm.
Appellanten betwistten dit en stelden dat zij niet aan hun eerdere verklaringen mochten worden gehouden, die zij hadden herroepen. De Raad stelde vast dat de verklaringen onder ambtseed waren afgelegd en getekend, en dat de aanvankelijke verklaringen als juist mochten worden beschouwd, tenzij bijzondere omstandigheden dit tegenspraken, wat niet het geval was.
De Raad oordeelde dat aan de criteria voor gezamenlijke huishouding was voldaan: het hebben van hetzelfde hoofdverblijf en wederzijdse zorg. Appellanten hadden dit niet gemeld, waardoor zij onterecht een hoger pensioen ontvingen. De Raad wees ook het beroep op schending van strafrechtelijke beginselen af, omdat het bestuursrechtelijk onderzoek niet aan strafrechtelijke normen hoeft te voldoen en de bestuursrechter niet gebonden is aan het oordeel van de strafrechter.
Het hoger beroep werd afgewezen, de herziening bevestigd en het verzoek om schadevergoeding werd geweigerd.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen en herziening AOW-pensioen naar gehuwdennorm bevestigd.