ECLI:NL:CRVB:2009:BH2445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid UWV tot herbeoordeling arbeidsongeschiktheidsuitkering na 1 oktober 2004
Betrokkene, geboren in 1948, ontving sinds 1972 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na meerdere herbeoordelingen werd in 2004 haar uitkering ingetrokken omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat na 1 oktober 2004 geen verlate vijfdejaarsherbeoordeling meer mogelijk was voor personen geboren voor 1 juli 1949.
Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad overwoog dat de wet per 1 oktober 2004 de systematiek van herbeoordelingen wijzigde en dat uitkeringen werden omgezet voor onbepaalde tijd. Desondanks blijft het UWV bevoegd om een herbeoordeling uit te voeren indien daarvoor aanleiding is, ook buiten de cohortsgewijze herbeoordeling. De Raad stelde vast dat het UWV geen misbruik van bevoegdheid had gemaakt.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. Tevens werd overwogen dat de kosten van geraadpleegde artsen in de nieuwe procedure kunnen worden beoordeeld. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend in hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV bevoegd was tot herbeoordeling na 1 oktober 2004 en wijst de zaak terug naar de rechtbank.