ECLI:NL:CRVB:2009:BH2832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering vanwege geschatte inkomsten uit autohandel
Appellant had een WAO-uitkering die per 1 januari 2004 werd herzien van een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer naar 45-55%, omdat hij inkomsten uit autohandel had genoten. Het UWV stelde deze inkomsten schattenderwijs vast op basis van een project van de Belastingdienst, omdat appellant geen administratie had bijgehouden en zijn eigen stukken onvoldoende concreet waren.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht was uitgegaan van gemiddelde inkomsten over 2001-2003, geschat op €453,78 per verhandeld kenteken. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de inkomsten veel lager waren, omdat hij vooral sloopauto's verhandelde en geen professionele handel dreef, en dat het UWV de schatting onvoldoende had onderbouwd.
De Raad overwoog dat appellant niet had aangetoond dat hij zijn inkomsten aan het UWV had gemeld en dat het UWV op grond van vaste rechtspraak mocht schatten. Wel stelde de Raad vast dat het UWV geen concrete informatie kon geven over het gebruikte project van de Belastingdienst, waardoor de motivering van het besluit onvoldoende was. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van proceskosten aan appellant en vergoedde het griffierecht. De stukken van appellant ter onderbouwing van lagere inkomsten werden door de Raad niet overtuigend geacht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met een betere motivering.