ECLI:NL:CRVB:2009:BH2845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vaste aanstelling na onvoldoende beoordeling tijdens proeftijd
Appellant was sinds mei 2001 in tijdelijke dienst als aspirant politiesurveillant en werd in november 2003 aangesteld met een proeftijd van één jaar. Gedurende de proeftijd vonden meerdere gesprekken plaats over zijn functioneren, dat uiteindelijk als onvoldoende werd beoordeeld. Op basis hiervan besloot de korpsbeheerder in november 2004 om appellant geen vaste aanstelling te verlenen en hem eervol te ontslaan.
Appellant stelde in hoger beroep dat de proeftijd verlengd had moeten worden vanwege ziekte, maar had hiervoor geen verzoek ingediend. De Raad oordeelde dat de korpsbeheerder terecht afzag van ambtshalve verlenging, gezien de onvoldoende beoordeling en de begeleiding die als adequaat werd ervaren. Ook was er geen reële verwachting dat appellant binnen redelijke termijn een voldoende functieniveau zou bereiken.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Dordrecht, waarbij het beroep van appellant ongegrond werd verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Hiermee is het ontslag per 14 november 2004 in stand gebleven.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit tot eervol ontslag na een onvoldoende beoordeling tijdens de proeftijd wordt ongegrond verklaard.