ECLI:NL:CRVB:2009:BH2862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, werkzaam als medewerker rozenteelt, viel in 1997 uit wegens psychische klachten en kreeg vanaf 1998 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%.
Na een herbeoordeling in 2005 concludeerde een verzekeringsarts dat appellant niet beperkt was voor voltijdse arbeid, waarna het UWV de uitkering introk. Nader arbeidskundig onderzoek stelde het verlies aan verdiencapaciteit op 21%, waarna het UWV de uitkering herzag naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het herzieningsbesluit ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellant dat hij meer beperkingen had dan aangenomen. Diverse medische rapporten werden overgelegd, waarop bezwaarverzekeringsartsen reageerden met gemotiveerde bezwaren tegen de strekking van deze rapporten.
De Raad concludeert dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het herzieningsbesluit standhouden, maar vernietigt de aangevallen uitspraak omdat het onderzoek eerst in hoger beroep voldoende is toegelicht. Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, met inachtneming van de rechtsgevolgen. Het UWV wordt veroordeeld in proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, met inachtneming van de rechtsgevolgen.