ECLI:NL:CRVB:2009:BH2880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als machinebediende, viel in 1999 uit door een bedrijfsongeval en ontving vanaf 2000 een WAO-uitkering die in 2005 werd ingetrokken wegens vermindering van arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%. Na bezwaar en medisch onderzoek, waaronder een expertise van psychiater Hassing, werd vastgesteld dat appellant lichte psychische beperkingen heeft, maar voldoende arbeidsmogelijkheden bezit.
Appellant voerde aan dat zijn beperkingen, waaronder psychische klachten en een vermeende nekhernia, niet juist waren beoordeeld en dat hij geen functies kon vervullen vanwege angst voor machines. De Raad concludeerde echter dat de medische en arbeidskundige beoordelingen juist waren en dat de nekhernia niet aannemelijk was, mede door ontbrekende medische aanwijzingen en het ontbreken van melding tijdens de hoorzitting.
De Raad onderschreef het oordeel dat appellant in staat is tot het verrichten van diverse functies, waaronder machinebediende en magazijnmedewerker. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant duurzaam benutbare arbeidsmogelijkheden heeft.