ECLI:NL:CRVB:2009:BH2886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid
Appellant was het niet eens met de beslissing van het UWV om zijn WAO-uitkering vanaf 1 januari 2004 stop te zetten vanwege niet gemelde inkomsten uit arbeid. Tevens werd een bedrag van €30.341,46 teruggevorderd dat appellant ten onrechte had ontvangen.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat appellant sinds januari 2004 fulltime werkzaam was en dat het UWV de inkomsten schattenderwijs mocht vaststellen omdat appellant deze niet had gemeld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het frauderapport onvolledig was en dat de inkomsten onjuist waren vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende ontlastend bewijs had aangeleverd en dat het UWV terecht de inkomsten vanaf het moment van werkzaamheden had vastgesteld. Het verzoek tot aanhouding wegens ziekte werd afgewezen omdat de gemachtigde aanwezig was en de zaak had voorbereid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de terugvordering van de WAO-uitkering bevestigd.