ECLI:NL:CRVB:2009:BH3366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over herziening WAO-uitkering en zorgvuldigheid medisch onderzoek
Appellant verzocht om herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid verlaagde van 35-45% naar 25-35%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de belastbaarheid niet was overschat, maar vond de motivering over de geschiktheid voor geselecteerde functies onvoldoende transparant en toetsbaar. Omdat appellant in beroep aanvullende motivering gaf, vernietigde de rechtbank het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand.
In hoger beroep richtte appellant zich tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de rechtbank terecht oordeelde en dat appellant geen nieuwe argumenten aanvoerde die tot een ander oordeel leiden. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding om artikel 8:75 Awb Pro toe te passen en bevestigde de uitspraak in het openbaar op 18 februari 2009. De zaak betreft een zorgvuldige toetsing van medische belastbaarheid en de motivering van geschiktheid voor functies bij herziening van een WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.