ECLI:NL:CRVB:2009:BH3384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en terugwijzing inzake intrekking WAO-uitkering
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, trok de WAO-uitkering van betrokkene in per 16 januari 2006. Betrokkene maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank Roermond verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het bestreden besluit, stellende dat het medisch onderzoek niet door een geregistreerd verzekeringsarts was verricht, wat in strijd zou zijn met de wettelijke voorschriften.
In hoger beroep stelde appellant dat het gebrek in het medisch onderzoek in de bezwaarfase was hersteld door een bezwaarverzekeringsarts. Tevens werd aangevoerd dat betrokkene dit punt niet aan de orde had gesteld, waardoor de rechtbank buiten de omvang van het geding zou zijn getreden.
De Raad oordeelde dat de rechtbank inderdaad buiten de door de Awb afgebakende omvang van het geding was getreden, omdat betrokkene het punt niet had ingebracht en het niet van openbare orde was. Daarom kon de aangevallen uitspraak niet in stand blijven.
De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor nadere behandeling, omdat de rechtbank zich niet had uitgesproken over de juiste medische beperkingen en dit punt ook niet ter zitting van de Raad aan de orde was geweest. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor nadere behandeling.