ECLI:NL:CRVB:2009:BH3387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante is sinds 9 augustus 2000 gedeeltelijk arbeidsongeschikt en ontvangt een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Na een herbeoordeling in 2006 heeft het UWV besloten de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd vast te stellen. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, stellende dat zij volledig arbeidsongeschikt is vanwege lichamelijke en psychische klachten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) niet waren onderschat. Ook de arbeidskundige beoordeling was voldoende gemotiveerd en toonde aan dat appellante geschikt was voor bepaalde functies.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze conclusie. De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek, inclusief rapportages van bezwaarverzekeringsarts Jansen, zorgvuldig is verricht en dat de beperkingen adequaat zijn vastgesteld. De psychiater van appellante baseerde zijn conclusies vooral op het eigen verhaal van appellante, hetgeen onvoldoende is voor een andere beoordeling.
Daarnaast is de arbeidskundige beoordeling van de bezwaararbeidsdeskundige voldoende inzichtelijk en toetsbaar. De niet nader onderbouwde stelling van appellante dat de functies ongeschikt zijn, leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en het besluit van het UWV tot handhaving van de WAO-uitkering bevestigd.