ECLI:NL:CRVB:2009:BH3829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-toeslag vanwege onjuiste inkomensvaststelling partner
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van de AOW-toeslag over 2001, waarbij de Sociale verzekeringsbank (Svb) het inkomen van zijn partner had vastgesteld zonder rekening te houden met arbeidsvergoeding voor twee andere maatschapsleden. Na een eerdere afwijzing van het bezwaar verklaarde de Svb het bezwaar alsnog gegrond, maar de rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit bestreden besluit ongegrond.
Tijdens het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep bleek dat het bestreden besluit onzorgvuldig was voorbereid omdat de arbeidsvergoeding ten onrechte buiten beschouwing was gelaten. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit niet gehandhaafd kon blijven en vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep ongegrond werd verklaard.
De Svb werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant. De Raad bepaalde dat de Svb een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen met inachtneming van de juiste inkomensvaststelling van de partner.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 februari 2009, waarbij de voorzitter en twee leden het vonnis uitspraken.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard.