ECLI:NL:CRVB:2009:BH3878
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medische en arbeidskundige herbeoordeling
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, ontving sinds 2000 een WAO-uitkering wegens klachten aan de rechteronderarm. Na een herbeoordeling in 2005 werd haar uitkering verlaagd, maar dit besluit werd wegens onzorgvuldigheid teruggedraaid. Een nieuwe herbeoordeling in 2006 leidde tot intrekking van de uitkering, wat door het UWV werd gemotiveerd met medische beperkingen en passende functies volgens de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank oordeelde dat het besluit van het UWV voldoende was gemotiveerd en dat de belastbaarheid van appellante niet werd overschreden door de voorgestelde functies. In hoger beroep betwistte appellante dit en voerde zij nieuwe medische informatie aan, waaronder brieven van haar orthopedisch chirurg en gegevens uit een letselschadezaak.
De Raad concludeerde dat deze nieuwe medische gegevens geen objectieve aanwijzingen bevatten die het eerdere oordeel zouden ondermijnen. De arbeidskundige onderbouwing was toereikend, waarbij drie functies als passend werden aangemerkt en een reservefunctie als alternatief diende. De klacht over een vermeende schending van het verbod op reformatio in peius werd verworpen omdat de nadelige situatie voortkwam uit een latere herbeoordeling en niet uit het bezwaar tegen het eerdere besluit.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden vonnis en verklaarde geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 25 maart 2006 wordt bevestigd.