ECLI:NL:CRVB:2009:BH4044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd teruggebracht van 65-80% naar 25-35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat er onvoldoende reden was om te twijfelen aan de medische beoordeling waarop het besluit was gebaseerd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat niet alle beperkingen waren opgenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Ook stelde hij dat onvoldoende was gemotiveerd waarom de urenbeperking was komen te vervallen. De Raad overwoog dat de brief van de huisarts uit 2007 niet relevant was voor de situatie per 27 augustus 2006 en dat de medische situatie van appellant was verbeterd, onder meer door stoppen met alcoholgebruik en operaties.
De bezwaarverzekeringsarts had vastgesteld dat appellant geschikt was voor licht, zittend werk zonder urenbeperking. De Raad vond de motivering hiervoor deugdelijk en volgde het standpunt van appellant niet dat bepaalde functies ongeschikt zouden zijn vanwege knijpkracht, handelingstempo, hitte of probleemoplossend vermogen.
De Centrale Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en oordeelt dat appellant medisch in staat is de geselecteerde functies te verrichten.