ECLI:NL:CRVB:2009:BH4049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling medische beperkingen bij WAO-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering vast te stellen op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%, stellende dat zijn psychische en fysieke klachten onvoldoende in aanmerking waren genomen. Hij verwees daarbij naar rapportages van een neuroloog en psychiater die volgens hem verdergaande beperkingen aantoonden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek door het UWV voldoende zorgvuldig is uitgevoerd. De rapportages van de medisch specialisten zijn betrokken in de beoordeling, en de bezwaarverzekeringsarts heeft gemotiveerd afgezien van een lichamelijk onderzoek. De aanvullende beperkingen zijn in de functionele mogelijkhedenlijst opgenomen.
De Raad acht de opmerking van de psychiater over de arbeidsrol onvoldoende onderbouwd en ziet geen aanleiding voor verdere beperkingen. De arbeidskundige beoordeling van het UWV dat appellant in staat is tot de geduide functies is eveneens voldoende toegelicht. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.