ECLI:NL:CRVB:2009:BH4065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing arbeidsongeschiktheid
Appellant, na vijf jaar als systeembeheerder werkzaam te zijn geweest, werd in mei 2005 ontslagen en ontving sindsdien een WW-uitkering. Op 28 juni 2005 meldde hij zich ziek met psychische en oogklachten. Een verzekeringsarts van het UWV verklaarde hem per 20 oktober 2005 hersteld, omdat de klachten niet leidden tot arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde daarop een verdere Ziektewetuitkering.
Tijdens de bezwaarprocedure werd appellant opnieuw medisch onderzocht, waarbij werd bevestigd dat er geen sprake was van beperkingen die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen. In hoger beroep bracht appellant een verklaring van zijn huisarts in, waarin werd gesteld dat hij op medische gronden niet mocht solliciteren. De Raad overwoog echter dat deze verklaring onvoldoende medisch onderbouwd was en dat het medisch beroepsgeheim niet geldt ten opzichte van de patiënt zelf, zodat het beroep hierop niet slaagde.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht had geoordeeld dat appellant vanaf 20 oktober 2005 niet meer ongeschikt was voor zijn arbeid en bevestigde de eerdere uitspraak waarin het beroep werd afgewezen. Er was geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de weigering van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.