ECLI:NL:CRVB:2009:BH4082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage in de kosten van rechtsbijstand. Eerder had de rechtbank Groningen hem bevolen zijn zoon af te geven aan een voogd, wat appellant niet is nagekomen. Dit leidde tot een dwangsom van maximaal 500.000 gulden en executoriaal beslag op zijn salaris.
Het College van burgemeester en wethouders van Groningen wees de aanvraag om bijzondere bijstand af, omdat appellant volgens hen onvoldoende verantwoordelijkheid toonde voor zijn bestaan door het niet naleven van rechterlijke uitspraken en het veroorzaken van beslaglegging. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad vernietigde een eerdere uitspraak, waarna het College een nieuw besluit nam dat de afwijzing handhaafde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant door het niet voldoen aan rechterlijke beschikkingen en het veroorzaken van beslaglegging een ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid heeft getoond. Het besluit van het College om de draagkracht vast te stellen zonder rekening te houden met het beslag is passend en niet onrechtmatig. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand wordt afgewezen vanwege het tekortschietend besef van verantwoordelijkheid van appellant.