ECLI:NL:CRVB:2009:BH4103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting en stoffering
Appellant verzocht bijzondere bijstand voor kosten van woninginrichting en stoffering. Het College van burgemeester en wethouders van Groningen wees dit verzoek af, stellende dat de kosten niet noodzakelijk waren en niet uit bijzondere omstandigheden voortvloeiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat de aanvraag diende te worden beoordeeld op basis van de Algemene bijstandswet (Abw) zoals van toepassing op het moment van het bezwaar.
De Raad stelde vast dat de kosten van vervanging van een tweepersoonsbed, laminaat en schilderwerk niet als noodzakelijke kosten konden worden aangemerkt, mede gezien eerdere verstrekking van bijzondere bijstand en de situatie van appellant. Tevens oordeelde de Raad dat woninginrichtingskosten in beginsel uit het inkomen dienen te worden betaald, tenzij bijzondere omstandigheden dat onmogelijk maken, wat hier niet was gebleken.
Daarom werd de aangevallen uitspraak bevestigd en het beroep afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor woninginrichting en stoffering wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden en noodzakelijkheid.