ECLI:NL:CRVB:2009:BH4119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als vertegenwoordiger, kreeg sinds 1995 een WAO-uitkering wegens whiplashklachten na een verkeersongeval. In 2005 vond een heronderzoek plaats waarbij het Uwv concludeerde dat appellant, rekening houdend met beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), geschikt is voor gangbare arbeid met een verdiencapaciteit van 45-55%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de herziening ongegrond, oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat appellant de voorgehouden functies kon verrichten. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de uitleg van arbeidsongeschiktheid onjuist was en dat zijn beperkingen zwaarder waren dan aangenomen.
De Raad stelde dat arbeidsongeschiktheid medisch objectief moet worden vastgesteld en onderschreef het oordeel van de rechtbank. Appellant bracht geen nieuw medisch bewijs aan dat de beoordeling zou kunnen weerleggen. De Raad concludeerde dat de functies binnen de mogelijkheden van appellant liggen en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.