ECLI:NL:CRVB:2008:BF6777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens ontbreken medische onderbouwing arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig meewerkend echtgenote in een slagerij, meldde zich in 1994 arbeidsongeschikt na een verkeersongeval. Zij ontving een uitkering op grond van de AAW, later omgezet in een WAZ-uitkering. Medische herbeoordelingen in 1996 en 2001 leidden niet tot wijziging van de uitkering.
In 2005 onderzocht verzekeringsarts English-Bijlsma appellante en concludeerde dat zij geschikt was voor haar maatmanarbeid, ondanks lichte beperkingen. Op basis hiervan trok het Uwv de WAZ-uitkering in. Appellante stelde bezwaar in en overhandigde een neuropsychologisch rapport met cognitieve tekorten, maar dit rapport werd bekritiseerd vanwege het ontbreken van een medische onderbouwing die de beperkingen aan ziekte of gebrek koppelt.
De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige beoordeling. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel en benadrukt dat arbeidsongeschiktheid alleen kan worden aangenomen indien een vrijwel eenduidige, medisch gemotiveerde opvatting bestaat dat de verzekerde niet in staat is de arbeid te verrichten.
Het neuropsychologisch onderzoek voldeed niet aan deze eis omdat de cognitieve tekorten niet waren herleid naar medisch vastgestelde stoornissen en mogelijk samenhingen met persoonskenmerken en copingmechanismen. De Raad wijst het verzoek om een aanvullende expertise af vanwege het late tijdstip en het procesrisico van appellante.
De Raad bevestigt de intrekking van de WAZ-uitkering en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAZ-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing van arbeidsongeschiktheid.